Naar inhoud springen Naar voettekst springen

Geschiedenis

Het Museum voor Schone Kunsten van Luik kent een bewogen geschiedenis, gekenmerkt door splitsingen, samenvoegingen, verhuizingen en renovaties.

Al meer dan een eeuw blijven zijn collecties zich verder ontwikkelen, op het ritme van de culturele keuzes en transformaties van de stad Luik. 

Belangrijke data

Vóór de 20e eeuw : In het begin ging het om reizende collecties. Ze werden ondergebracht in het Hôtel de Ville, vervolgens in de voormalige Saint-André-kerk en de Halle aux Drapiers.
 
1903 : Oprichting van het Musée des Beaux-Arts, in een gebouw naast de Académie 

1905 : Inhuldiging van het Palais des Beaux-Arts in het kader van de Wereldtentoonstelling in Luik in het park van La Boverie. 

1952 : Opleving van de Waalse identiteit en scheiding van de collecties met de oprichting van het Musée de l’Art wallon, ondergebracht in het park van La Boverie, met het Cabinet des Estampes et des Dessins, het etsen- en tekeningenkabinet. 

1981 : Nieuw museumcomplex op het Saint-Georges eiland en oprichting van het Musée de l’Art wallon et de l’Évolution culturelle de la Wallonie. Met uitzondering van de collectie Waalse kunst worden de collecties van het Musée des Beaux-arts ondergebracht in La Boverie, dat het Musée d’Art moderne wordt. 

1993 : Na de restauratie van het gebouw van La Boverie wordt dit het Musée d’Art moderne et d’Art contemporain. 

2011 : Oprichting van het BAL (Musée des Beaux-Arts de Liège) op het eiland Saint-Georges, waar alle collecties worden samengevoegd: Waalse kunst, moderne kunst, hedendaagse kunst en het Cabinet des Estampes et des Dessins. 

2015 : Ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst voor een periode van 10 jaar met het Louvre. 

2016 : Inhuldiging van La Boverie, 111 jaar na de inhuldiging van het Palais des Beaux-Arts

Geschiedenis van het gebouw

Aan het begin van de 19e eeuw had niemand kunnen bedenken dat het Parc de la Boverie twee eeuwen later een centrale plek zou innemen in de metamorfose van Luik. Destijds bestond deze wijk uit weiden, eilandjes en hopakkers. De grote werken vinden plaats in 1853 met de Dérivation, de aftakking van de Maas. Er worden kades aangelegd en de groene zones verdwijnen. 
 
Voor de wereldtentoonstelling van 1905 worden er nog meer voorzieningen aangelegd, waarvan sommige nog te zien zijn: de rechtgemaakte loop van de Ourthe, de bruggen van Fragnée en Hennebique en het Palais des Beaux-Arts. 
 
Het Palais des Beaux-Arts, een ontwerp van de architecten Jean-Laurent Hasse en Charles Soubre, heeft een neoklassieke stijl, met invloeden van de architectuur die in de mode was ten tijde van Leopold II. Geïnspireerd op Le Petit Trianon in Versailles is het gebouw ontworpen rondom een centrale ronde hal met een koepel. Vlak na de wereldtentoonstelling wordt het gebouw door de organisatie overgedragen aan de stad Luik. Vanaf 1930 herbergt het paleis de collecties van het Museum voor Waalse kunst en vanaf 1950 tot 2011 de collecties van het Museum voor Moderne kunst. 
 
Rudy Ricciotti in samenwerking met het Luikse kabinet p.HD: in deze verbouwing is duidelijk het creatievermogen en de constructieve cultuur van Ricciotti terug te zien. Met een oppervlakte van 1200 m² en een hoogte van 7,50 meter hangt de nieuwe door hem ontworpen vleugel boven de aftakking: een prachtige aanvulling op het gerenoveerde oude gebouw. 
 
Ricciotti zegt hierover: «wat ik van Luik vind, dat is dat La Boverie een waar ‘territoir’ is, een zeer romantisch stukje Luik. Het museum was er al en ik wilde dit gebouw geen onrecht aandoen of in gijzeling nemen. Ik was heel voorzichtig en terughoudend, zoals men respect heeft voor een ouder familielid.»