Naar inhoud springen Naar voettekst springen

Geschiedenis van de collecties

Geschiedenis

De collectievorming gaat terug tot de 18e eeuw en wordt in belangrijke mate gedragen door private verzamelaars. In 1799 schenkt de Luikse kanunnik Henri Hamal (1744–1820) meer dan 8.000 tekeningen en prenten aan de stad, waarvan het grootste deel uit Rome afkomstig is en diende als studiemateriaal aan de Academie voor Schone Kunsten. Deze collectie vormt nog steeds een van de pijlers van het in 1952 opgerichte Cabinet des Estampes et des Dessins (Prenten- en Tekeningenkabinet). In 1819 volgt een schenking van Louis-Pierre Saint-Martin, met meer dan 50 schilderijen die de kern vormen van de collecties van het Museum voor Schone Kunsten. In de 19e eeuw worden de collecties verder uitgebreid: in 1887 laat Léopold Donnay bijna 300 werken na, waaronder negen werken van Eugène Boudin; in 1900 schenkt Eugène Dumont 39 schilderijen, waaronder Le Bassin du commerce au Havre van Claude Monet, waarna Charles-Joseph Horion bijna 600 oude prenten aan het museum overdraagt. De collecties blijven tot 1938 groeien door de regelmatige aankoop van moderne werken van Franse kunstenaars, met name uit de Parijse School. 
 
Tussen 1930 en 1940 zorgt dit ambitieuze aankoopbeleid ervoor dat de collecties ook een internationale dimensie krijgen. In 1938 koopt de stad Luik werken aan van onder anderen Friesz, Marquet, Valadon en Vlaminck. In 1939 verwerft de stad negen schilderijen, waaronder werken van Picasso, Gauguin, Ensor, Laurencin, Marc, Kokoschka, Lieberman, Pascin, Chagall, tijdens de zogenaamde “veiling van ontaarde kunst” bij Galerie Fischer in Zwitserland. Dit vormt een duidelijk signaal van haar engagement voor de moderne kunst. Nadien volgen aankopen in Parijse galeries (Ensor, Friesz, Gromaire, Guillaumin, Picart Le Doux, Signac, Utrillo, Van Dongen, Vlaminck), waarmee de belangstelling voor de moderne kunst opnieuw wordt onderstreept.  
 
In 1959 erft de stad 800 renaissancetekeningen uit het atelier van Lambert Lombard, afkomstig uit het Album d’Arenberg, in 2000 aangevuld met het Album de Clérembault (in depot bij de Koning Boudewijnstichting).  
 
Tussen 1974 en 1984 worden de collecties Waalse kunst verder verrijkt dankzij schenkingen van Désiré Jaumain en Ada Jobart (1974, met werken van Wouters, Ensor en Wiertz), André Brabant (1980, met een schenking van een vijftigtal doeken uit de Luikse gouden eeuw) en Paul Dony (1984, met 279 werken van oude Vlaamse meesters en expressionisten). Vanaf de jaren tachtig verschuift de focus van de collecties geleidelijk naar moderne en hedendaagse kunst. In 1981 schenkt verzamelaar en mecenas Fernand Graindorge, voormalig voorzitter van de A.P.I.A.W. (Waalse vereniging voor intellectuele en artistieke vooruitgang), aan de Franstalige Gemeenschap 70 werken uit zijn collectie, die vervolgens in depot worden gegeven aan het Museum voor Moderne Kunst. Dankzij deze aanwinsten verankeren de Luikse collecties zich sterker in het domein van de hedendaagse kunst, met werken van onder meer Alberto Magnelli, Jean Arp en Anna-Eva Bergman. 
 
Andere aanwinsten verrijken de collecties verder. Door bijkomende aankopen zijn de verschillende hedendaagse stromingen goed vertegenwoordigd en worden ze regelmatig aangevuld. Het gaat onder meer om werk van Valerio Adami en Jacques Monory binnen het figuratieve narratieve, Nicolas de Staël, Bram Van Velde en Antoni Tàpies binnen de informele abstractie, en Gilbert & George, Dan Van Severen en Michel Seuphor bij de meer conceptuele en minimalistische tendensen. De collecties blijven groeien en omvatten ook internationale kunstenaars. Zo is er werk van Sol LeWitt, onder meer zijn “Wall Drawing”, dat in 1985, na een renovatie, wordt geïntegreerd in het gebouw van La Boverie. In 1985 wordt ALPAC (Luikse vereniging voor de promotie van hedendaagse kunst) opgericht. De vereniging neemt het stokje over van de A.P.I.A.W., die in de jaren 1990 geleidelijk verdwijnt. ALPAC beëindigt haar activiteiten in 2019 en schenkt elf werken van hedendaagse Luikse kunstenaars, aangekocht met haar eigen financiële middelen, aan het Museum voor Schone Kunsten. 
 
Tot slot worden de collecties af en toe verrijkt met legaten. In 2018 ontvangt de stichting Liège-Patrimoine een verzameling van 160 stukken uit de nalatenschap van Gérard Lefèvre, voornamelijk werken op papier, aangevuld met sculpturen, keramiek en enkele olieverfschilderijen. In 2019 wordt via het legaat van Janine Redding-Piette een verzameling van 24 werken aan de collecties toegevoegd, hoofdzakelijk olieverf op doek. Daarnaast leiden ook enkele grote tentoonstellingen in La Boverie tot nieuwe aanwinsten. 
 
Het Museum voor Schone Kunsten van Luik beschikt momenteel over meer dan 40.000 stukken, die een breed panorama bestrijken van de 16e eeuw tot vandaag.